Het schoolregelement

Schoolreglement van Basisschool Zonnedorp, Bogaardenlaan 8 te 3200 Aarschot zoals vastgesteld in het schooljaar 1994-1995 en het laatst gewijzigd en bekrachtigd door de Raad van Bestuur op 24 mei 2005.

 

INHOUDSTAFEL

1. Wij zijn fier op ons onderwijs - Ons pedagogisch project

1.1 Het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs

2. Wij zijn een democratisch werkende school

2.1 Onze scholengemeenschap
2.2 De leiding en het beheer van het Gemeenschapsonderwijs

3. Algemene inlichtingen

3.1 Inschrijving
3.2 Veranderen van school
3.3 Doorverwijzing van een leerling
3.4 Openstelling van de school
3.5 Keuzemogelijkheden tussen de levensbeschouwelijke vakken
3.6 Schoolverzekering
3.7 Hygiëne
3.8 Luizen
3.9 Brandveiligheid
3.10 Bibliotheek
3.11 Leerlingenvervoer
3.12 Centrum voor Leerlingenbegeleiding

4. Afspraken over “de geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig zijn van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen”

5. Bijdragen die aan de ouders kunnen gevraagd worden en afwijkingen daarop

5.1 Zwemmen
5.2 Didactische uitstappen
5.3 Geïntegreerde werkperiodes
5.4 De Vriendenkring Vorka-junior
5.5 Kledij


6. Samen maken wij het!

6.1 Gedrag, houding en orde
6.2 Schoolbezoek

7. Evaluatie, afspraken over huiswerk, agenda, rapporten

7.1 In de kleuterschool
7.2 In de lagere school
7.3 Het getuigschrift basisonderwijs
7.4 Beroepsprocedure


8. Orde en tucht zijn belangrijk

8.1 Ordemaatregelen
8.2 Tuchtmaatregelen
8.3 De beroepsprocedure bij tuchtmaatregelen

9. Algemene klachtenprocedure

1. WIJ ZIJN FIER OP ONS ONDERWIJS


Kinderen optimale ontwikkelingskansen bieden en ze begeleiden, zodat zij kunnen opgroeien tot gelukkige en positief-denkende, kritische jongeren, kan niet zonder een duidelijke onderwijsvisie en -strategie. De grote principes hiervan zijn vastgelegd in het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs (PPGO). In het kader hiervan ontwikkelt onze school haar eigen schoolwerkplan, waarvan dit schoolreglement deel uitmaakt.

1.1 Het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs

Het PPGO heeft een pluralistische grondslag. Het beantwoordt aan de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en vooral de Rechten van het Kind. Het verdrag aangaande de rechten van het kind werd aangenomen in New York op 20 november 1989.

Het PPGO streeft de totale ontwikkeling van de persoon na en heeft daarbij oog voor de optimale ontwikkeling van elk individueel kind.

Ons pedagogisch project opteert voor een dynamisch mens- en maatschappijbeeld en beoogt de vorming van vrije mensen.

In de ontwikkelingsbegeleiding van de kinderen leggen wij een dubbele klemtoon : de mens als individu en de mens als gemeenschapswezen.

Onze Basisschool Zonnedorp stelt zich tot doel de kleuters en de jonge kinderen kansen te geven om hun persoonlijkheid te ontwikkelen opdat zij volwaardig aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen.

Dit houdt in dat zij :

  • Actief deelnemen aan het onderwijsproces om alzo eigen talenten en interesses te ontdekken en te ontplooien.
  • Zelfvertrouwen en exploratiedrang ontwikkelen om hun leefwereld tegemoet te treden.
  • De nodige cognitieve, sociaal-dynamisch-actieve en psycho-motorische vorming opdoen om in de maatschappij te functioneren.


Om onze doelstellingen te bereiken, kiezen wij voor een nieuwe beleidsvisie. Door een democratische deelneming van alle betrokkenen willen wij in onze Gemeenschapsschool een proces op gang brengen waardoor de betrokkenheid van alle belanghebbenden in de uitvoering van de beleidsbeslissingen wordt opgewekt.

Informatie, coördinatie en inspraak zijn fundamentele begrippen van de beleidsvisie van het Gemeenschapsonderwijs in het algemeen en van onze school in het bijzonder.

2. WIJ ZIJN EEN DEMOCRATISCH WERKENDE SCHOOL

2.1 De samenstelling van het schoolteam “Basisschool Zonnedorp”

Bij het begin van elk schooljaar en bij een nieuwe inschrijving wordt de samenstelling meegedeeld.

De begeleiding van uw kind gebeurt door het schoolteam in samenwerking met alle betrokkenen:

  • de directeur;
  • beleids- en ondersteunend personeel: de zorgcoördinator, de ict-coördinator;
  • de leerkrachten : de klastitularis, de GOK-leerkracht, de leermeester lichamelijke opvoeding, levensbeschouwelijke vakken, de kinderverzorgster;
  • het administratief personeel
  • het personeel van het begeleidend Centrum voor Leerlingenbegeleiding
  • het meester-, vak- en dienstpersoneel
  • de leden van de oudervereniging en vriendenkring VORKA-junior
  • de leden van de Pedagogische Begeleidingsdienst
  • de schoolraad


adres : Basisschool Zonnedorp

Bogaardenlaan 8
3200 Aarschot
Tel. 016 689820
Fax 016 689821
E-mail: \n bs.zonnedorp@gemeenschapsonderwijs.be This e-mail address is being protected from spambots, you need JavaScript enabled to view it

2.2 De leiding en het beheer van het Gemeenschapsonderwijs

Het Gemeenschapsonderwijs wordt geleid en beheerd vanuit drie niveaus, die elkaar aanvullen, maar die elk hun eigen bevoegdheid hebben.µµ

2.2.1 Lokaal niveau

Op het lokaal niveau worden de scholen bestuurd door de directeur, bijgestaan door een adviserende schoolraad.
De schoolraad is samengesteld uit:

- de directeur;

- personeelsleden verkozen door het personeel;

- gecoöpteerde leden uit de lokale sociale, economische en culturele milieus;

- ouders verkozen door ouders.

2.2.2 Tussenniveau


Op het tussenniveau zijn er scholengroepen gevormd, met heel wat bevoegdheden. Onze scholengroep 12 – ADITE wordt bestuurd door :

- een algemene vergadering

- een raad van bestuur

- een algemeen directeur

- een college van directeurs

Adres: Scholengroep 12 – ADITE

Boudewijnvest 1 A

3290 DIEST

Tel. 013 35 04 90

Fax 013 35 04 99

E-mail: sgr12@gemeenschapsonderwijs.be

Samenstelling van de scholengemeenschap :

Onze scholengemeenschap bestaat uit 9 basisscholen, allen behorend bij scholengroep 12 "Adite"

  • Basisschool "Zonnedorp" te Aarschot
  • Basisschool "De Hoogvlieger" te Ourodenberg
  • Basisschool "De Winge" te Tielt-Winge
  • Basisschool "Dol-fijn" te Rillaar
  • Basisschool "De Tovertuin" te Diest
  • Basisschool "Station" te Diest
  • Basisschool "De lLetterberg" te Tessenderlo
  • Basisschool "De klimop" te Ham
  • Basisschool "De Berk" te Paal

2.2.3 Centraal niveau

Op het centraal niveau zijn sinds 1 januari 2003 de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en de afgevaardigd bestuurder bevoegd.

Adres : Het Gemeenschapsonderwijs

Gebouw Alhambra
Emile Jacqmainlaan 20
1000 BRUSSEL
Tel. 02 79 09 200
Fax 02 79 09 201
E-mail: info@gemeenschapsonderwijs.be

3. ALGEMENE INLICHTINGEN

3.1 Inschrijving

Elk kind kan vanaf de leeftijd van 2,5 jaar worden ingeschreven. Het mag pas effectief naar school gaan vanaf de eerstvolgende instapdatum, d.w.z. vanaf de eerste schooldag na:

  • de zomervakantie
  • de herfstvakantie
  • de kerstvakantie
  • op 1 februari
  • de krokusvakantie
  • de paasvakantie
  • na Hemelvaartsdag

Vanaf de leeftijd van 3 jaar kan een kind om het even wanneer instappen.

Bij de inschrijving dient een officieel document (een uittreksel uit de geboorteakte, de sis-kaart of een identiteitskaart) voorgelegd te worden.

3.2 Veranderen van school

De beslissing van school te veranderen ligt uitsluitend bij de ouders of in voorkomend geval bij de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of in feite de minderjarige onder zijn bewaring heeft.

Elke schoolverandering tussen de eerste schooldag van september en de laatste schooldag van juni moet door de directie van de nieuwe school aan de directie van de oorspronkelijke school bij aangetekend schrijven of bij afgifte tegen ontvangstbewijs meegedeeld worden. De nieuwe inschrijving is rechtsgeldig de eerste schooldag na deze mededeling.

De ouders moeten geen enkele formaliteit vervullen.

3.3 Doorverwijzen van een leerling

3.3.1 Op basis van een inschrijvingsverslag

De school kan een leerling, die blijkens een inschrijvingsverslag georiënteerd wordt naar een type1 tot 7 van het buitengewoon onderwijs, doorverwijzen wanneer de draagkracht van de school onvoldoende is om tegemoet te komen aan de specifieke noden van de leerling inzake onderwijs, therapie en verzorging. Een leerling met inschrijvingsverslag type 8 van het buitengewoon onderwijs mag niet worden doorverwezen.

De beslissing tot doorverwijzing wordt genomen in overleg met de ouders en met inachtneming van:

  • de beschikbare ondersteunende maatregelen;
  • een overleg binnen de schoolraad;
  • een advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waardoor de school begeleid wordt.

De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing tot doorverwijzing.

De doorverwezen leerlingen blijven in elk geval voorlopig ingeschreven tot de hierna vermelde vervolgprocedure is afgerond.

Vervolgprocedure

De directeur van een school voor gewoon onderwijs die een leerling doorverwijst, deelt dit binnen een termijn van vier kalenderdagen bij aangetekend schrijven of tegen een afgiftebewijs mee aan de ouders van de leerling en aan de voorzitter van het lokaal overlegplatform. Dhr. Ludo Heylen is voorzitter van het LOP Aarschot, meer info kan je bij de directie bekomen.

De motivering bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot doorverwijzen.

Het lokaal overlegplatform bemiddelt binnen een termijn van tien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de hiervoor bedoelde betekening, tussen de leerling en zijn ouders en de inrichtende machten van de scholen binnen het werkingsgebied van het lokaal overlegplatform, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.

Indien de school die een leerling doorverwijst niet gelegen is in het werkingsgebied van een lokaal overlegplatform, wordt de bemiddeling waargenomen door de voorzitter of deskundige van een bestaand overlegplatform en een onderwijsinspecteur, die allen door de Vlaamse regering worden aangewezen.

Bij falen van de bemiddeling oordeelt de commissie inzake leerlingenrechten binnen een termijn van vijf kalenderdagen, die ingaat de dag na het verstrijken van de bemiddelingstermijn, over de gegrondheid van de doorverwijzingsbeslissing. De commissie inzake leerlingenrechten garandeert hierbij de hoorplicht. De beslissingen van de commissie inzake leerlingenrechten worden uiterlijk de laatste dag van de beoordelingstermijn bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen.

  • Indien de commissie inzake leerlingenrechten de beslissing gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in. De ouders worden bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het lokaal overlegplatform, inzonderheid de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden. De leerling wordt uit de doorverwijzende school uitgeschreven op het moment van inschrijving in de nieuwe school en uiterlijk één maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de betekening van het oordeel van de commissie inzake leerlingenrechten.
  • Indien de commissie inzake leerlingenrechten de beslissing ongegrond acht, blijft de leerling ingeschreven in de doorverwijzende school.

Secretariaat Commissie inzake leerlingenrechten:

Kaat Huylebroeck & Andy Thoelen
Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel
Tel. 02 553 95 61; fax 02 553 95 65 Tel. 02 553 95 61; fax 02 553 95 65
Kaat.huylenbroeck@ond.vlaanderen.be

andy.thoelen@ond.vlaanderen.be

3.3.2 Op grond van de thuistaal

Om de verhouding tussen leerlingen waarvan de thuistaal niet, respectievelijk wel het Nederlands is, te waarborgen, kunnen leerlingen ofwel naar een andere vestigingsplaats ofwel naar een andere school voor gewoon onderwijs worden doorverwezen.

De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing tot doorverwijzing.

De doorverwezen leerlingen blijven in elk geval voorlopig ingeschreven tot de vervolgprocedure vermeld in punt 3.3.1. is afgerond.

3.4 Openstelling van de school

  • Lesuren :
    • voormiddag : van 8.45 tot 11.55 u
    • namiddag : van 13.00 tot 15.30 u
    • woensdag : van 8.45 tot 11.40 u
  • Opvang:
    • van 7.00 tot 8.15 u
    • van 15.45 tot 18.30 u
  • De leerkrachten houden 25 minuten voor de aanvang en twintig minuten na het einde van de lessen toezicht.
  • Kinderen die vroeger en/of later op school zijn, gaan naar de opvang.
  • Vakantieregeling :
    • Bij het begin van elk schooljaar worden de vakantiedagen meegedeeld.
    • Er kunnen nog 3 halve kindvrije pedagogische studiedagen in de loop van het schooljaar ingericht worden. De leerkrachten krijgen dan navorming. De data worden u tijdig meegedeeld.

3.5 Keuzemogelijkheden tussen de levensbeschouwelijke vakken

De houder van het ouderlijk gezag kan voor zijn kind vanaf het eerste leerjaar kiezen tussen :

  • één van de cursussen godsdienst:
    • Rooms Katholieke godsdienst
    • Protestantse godsdienst
    • Islamitische godsdienst
    • Anglicaanse godsdienst
    • Israëlitische godsdienst
    • Orthodoxe godsdienst
  • niet-confessionele zedenleer
  • vrijstelling : met een schriftelijke motivatie via de directie (binnen de acht kalenderdagen te rekenen vanaf de eerste schooldag van september of vanaf de dag van inschrijving)

3.6 Schoolverzekering

  • De kinderen zijn gratis verzekerd, zowel op school als onderweg.
  • Elk ongeval moet aan de leerkracht met toezicht gemeld worden.
  • Ongevallen op de weg naar de school en naar huis worden op het secretariaat gemeld. Hiervan zijn alleen de behandelingskosten gedekt.
  • Er is geen tussenkomst voor schade aan kledingstukken, fietsen, brillen en dergelijke meer.
  • Omdat je verantwoordelijk bent voor de schade die je kind aan derden toedient, is het aan te raden een familiale verzekering af te sluiten.

3.7 Hygiëne

Bij besmettelijke ziekten komt je kind best niet naar school en breng je de directie en het CLB-centrum op de hoogte.

3.8 Luizen

  • Wij verwachten van ouders een volledige medewerking als er luizen gesignaleerd worden;
  • bij herhaling kan de school een bewijs van behandeling eisen voordat de leerling terug de les kan bijwonen.

3.9 Brandveiligheid

In overleg met de veiligheidsverantwoordelijke van onze school organiseren wij regelmatig brandoefeningen zodat de kinderen de regels en afspraken kennen en kunnen uitvoeren in geval van brand of evacuatie.

3.10 Bibliotheek

  • Van in de kleuterschool gaan de kinderen regelmatig naar de bibliotheek.
  • In de lagere school verwachten wij dat de inschrijvingskaarten en de ontleende boeken op de aangegeven data in goede staat terug meegebracht worden.

3.11 Leerlingenvervoer

Deze informatie wordt aan de geïnteresseerde ouders meegedeeld in het begin van het schooljaar of wanneer zij erom vragen.

3.12 Centrum voor Leerlingenbegeleiding

CLB en RECHTEN EN PLICHTEN VAN OUDERS EN LEERLINGEN

Vertrouwelijkheid

Om een leerling zo goed mogelijk te kunnen helpen, worden de gegevens van elke leerling in begeleiding bijgehouden in een dossier.

Enkel de betrokken CLB-medewerkers kunnen onder strikte toepassing van het beroepsgeheim dit dossier inkijken.

Dit betekent dat gegevens uit het dossier nooit aan derden, noch aan de school worden doorgegeven zonder medeweten en instemming van de ouders of de leerling vanaf 14 jaar.
Zelfs dan worden gegevens alleen doorgegeven indien dit in het belang is van de betrokken leerling:

  • aan het schoolpersoneel voor wat betreft de gegevens die nodig zijn om hun taak naar behoren te vervullen
  • in het kader van een doorverwijzing, mits de leerling ouder dan 14 jaar of zijn ouders erover ingelicht zijn
  • aan andere diensten, mits schriftelijke toestemming van de leerling ouder dan 14 jaar of zijn ouders
De privacyregels worden nauwgezet nageleefd.

Inzagerecht

“Ouders en leerlingen ouder dan 14 jaar aandacht!”
De ouders van de leerling jonger dan 14 jaar en de leerlingen ouder dan 14 jaar zelf hebben steeds het recht op toegang tot de gegevens van hun dossier.
Op hun verzoek zal dit recht op toegang gebeuren door een gesprek met het CLB- team dat de informatie over de aanwezige dossierelementen zal verduidelijken.

Bewaringstermijn

Leerlingen die in de loop van een schooljaar 18 jaar worden dienen kennis te nemen van het feit dat hun dossiers door het hierboven gemeld CLB tot minstens 10 jaar na de laatste medische CLB interventie bewaard worden. Daarna wordt de procedure tot vernietiging opgestart. Dit kan evenwel ten vroegste gebeuren op het ogenblik dat de betrokken leerling de leeftijd van 25 jaar (gewoon onderwijs) of 30 jaar (buitengewoon onderwijs) heeft bereikt.

Mogelijkheden tot verzet

De ouders van de leerlingen hebben altijd de mogelijkheid om zich te verzetten tegen:

  • het uitvoeren van een algemeen of gericht consult door een bepaalde arts van het centrum
  • het begeleidingsaanbod van het CLB
  • het overmaken van het dossier aan een ander CLB als de leerling van school verandert.

Overmaken van dossiers aan een ander CLB

Ouders die principieel verzet willen aantekenen tegen het overmaken van het dossier aan een ander CLB kunnen dit verzet schriftelijk en binnen de 30 dagen meedelen aan het hieronder vermeld CLB

Er is geen verzet mogelijk tegen het overmaken van de volgende gegevens:

  • identificatiegegevens
  • vaccinatiegegevens
  • medische gegevens uit onderzoeken die door het CLB uitgevoerd werden
  • gegevens over de “verplichte begeleiding” inzake de leerplichtcontrole.

Betwistingen

Als er betwisting mocht zijn over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen ouders of de leerling vanaf 14 jaar zich wenden tot :

Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Waterloolaan 115 B – 1000 Brussel
Tel: 0 2 / 542.72.00
Klachtenprocedure

Mochten er onverhoopt klachten zijn over de CLB –werking dan kunnen die steeds schriftelijk kenbaar gemaakt worden aan de directie van het begeleidend CLB.
Binnen de 5 werkdagen wordt hierop gereageerd.

CLB GO
St. Margrietstraat 13
3582 Beringen
tel: 011/456270
fax:011/456285
e-mail: Tony@clb.skynet.be

Het CLB team staat steeds open voor uw vragen, wensen om een toelichting en /of bemerkingen.

4. AFSPRAKEN OVER RECLAME EN SPONSORING

Onze school kan en mag reclame voeren en sponsoring aanvaarden voor zover dit niet in tegenspraak is met ons pedagogisch project en met de cultuur van onze school. Ethisch verantwoorde reclame kan dus in bepaalde gevallen wel !

Wat kan :

  • in een brief aan de ouders mag meegedeeld worden dat een schoolreisje gratis of aan sterk verminderde prijs aangeboden wordt aan de leerlingen door een gift van een bepaald bedrijf;
  • de vermelding van een naam of logo van een merk of van een bedrijf op een didactisch middel (vb. computer) is geen uitdrukkelijke reclameboodschap.

Wat niet kan :

  • in schoolboeken, werkboekjes, agenda mag geen reclame voorkomen;
  • de klaslokalen moeten vrij blijven van reclameboodschappen;
  • het feit dat een school gesponsord wordt door bijvoorbeeld een bedrijf dat computers verkoopt mag niet tot gevolg hebben dat de school verplicht wordt om eventuele aankopen van computers bij dat bedrijf te doen.

5. BIJDRAGEN DIE AAN DE OUDERS KUNNEN GEVRAAGD WORDEN EN AFWIJKINGEN DAAROP

In het Gemeenschapsonderwijs wordt van de ouders geen inschrijvingsgeld voor hun kind(eren) gevraagd, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks. Toch kan onze school niet voor alle kosten instaan. Voor bepaalde activiteiten waaraan uw kind deelneemt, zijn wij genoodzaakt een minimale bijdrage te vragen. Hierna volgt een lijstje van de ouderbijdragen die u tijdens het schooljaar kunnen aangerekend worden. (Hierna volgt de lijst opgesteld door het schoolbestuur na overleg met de schoolraad. De lijst vermeldt de verschillende categorieën kosten en een raming van het maximale bedrag per categorie)

Onze school heeft in overleg met de schoolraad een regeling uitgewerkt die het minder gegoede ouders mogelijk maakt om hiervan af te wijken. Meer informatie hierover bekomt u bij de directeur.

Om een goede werking in de school te kunnen garanderen, bekrachtigde de Raad van Bestuur volgende werkwijze wat betreft het innen van gelden :

  • Bij ontvangst van betalingsbewijs dient de overschrijving binnen dertig kalenderdagen te gebeuren.
  • Als termijn verstreken is, wordt een herinnering opgestuurd met de vermelding dat men dient te betalen binnen de 15 kalenderdagen.
  • Indien de betaling niet of onvolledig gebeurde na bovenstaande termijn, wordt er een aangetekend schrijven gestuurd. Hierin zal vermeld worden dat de betaling binnen de 10 kalenderdagen moet gebeuren en dat, bij niet betaling, het dossier overgemaakt wordt aan het incassobureau "Intrum Justitia".

5.1 Lichamelijke opvoeding / Zwemmen

Vanaf de derde kleuterklas tot en met het zesde leerjaar gaan onze leerlingen om de twee weken zwemmen : max. € 2 per zwembeurt.

De leerlingen van de derde kleuterklas gaan gratis schoolzwemmen.

Vrijstellingen voor de les lichamelijke opvoeding en/of zwemles moeten schriftelijk gemotiveerd worden door de ouders of gestaafd met een doktersattest.

5.2 Didactische uitstappen

In ons schoolwerkplan hechten wij veel belang aan het ervaringsgericht en levensecht onderwijs. In dit kader worden er dus in elke klas een aantal didactische uitstappen georganiseerd die passen in een project of thema. Dit kan een bezoek zijn aan een museum, de kinderboerderij, het verkeerspark, de bioscoop, een theater, een tentoonstelling, een kinderconcert, een schoolreisje …

Daar dit afhankelijk is van het aanbod, de actualiteit en de projecten of thema’s die in de klas uitgewerkt worden is het onmogelijk hiervan nu een opsomming te geven.

We hanteren wel een maximumbedrag per schooljaar:

  • voor de lagere school : 60 euro per leerling
  • voor de kleuterschool : 30 euro per leerling

De schriftelijke toestemming van de ouders per activiteit is niet vereist. De school gaat ervan uit dat, zonder tegenbericht van de ouders, het kind inderdaad mag deelnemen. De ouders hebben het recht op weigering. Het is uiteraard wel de bedoeling dat de kinderen zoveel mogelijk deelnemen en dat ze bij niet-deelname wel degelijk aanwezig moeten zijn op school.(uitgezonderd kleuters)

5.3 Geïntegreerde werkperiodes

Deze meerdaagse uitstappen kaderen in het pedagogisch project van de school. Ze zijn voor de kinderen een leerrijke ervaring op het gebied van sociale vaardigheden en beogen natuurlijk ook het leren door ervaren.

  • De leerlingen van de derde kleuterklas en het eerste leerjaar maken jaarlijks een driedaagse didactische uitstap (avonturenklassen) : maximum € 75.
  • De leerlingen van het derde en vierde leerjaar gaan op bos- of rivierklassen : maximum € 150.
  • De leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar gaan op zeeklassen : maximum € 150.
  • Tijdens de geïntegreerde werkperiodes nemen de kinderen geen gsm mee.
Leerplichtige leerlingen die niet deelnemen aan de meerdaagse uitstappen moeten wel aanwezig zijn op school.

Ouders die een afwijking van deelname willen, nemen contact op met de directie.

Allerlei

In de loop van het schooljaar kunnen de leerkrachten een kleine bijdrage vragen in de vorm van geld of materiaal.
Bijvoorbeeld :

  • cadeautje voor kerstfeest
  • nieuwjaarsbrief
  • zwembrevet
  • knutselmateriaal : oasis, een kaars …
  • stukje fruit

Deze lijst is slechts een greep uit wat kan gevraagd worden. Het maximumbedrag voor deze zaken is € 10.

5.4 De Vriendenkring Vorka-junior

De vriendenkring ondersteunt de school in haar taak door activiteiten te organiseren die wat geld in het laatje brengen, bijvoorbeeld de verkoop van kerstrozen, taarten … De opbrengsten hiervan worden volledig aan projecten besteed die door de vriendenkring, in overleg met ouders en het team, gekozen worden.

5.5 Kledij

Bij lichamelijke opvoeding dragen de kinderen een T-shirt met het logo van de school.

Dit T-shirt wordt in het begin van het schooljaar aangekocht.

Het maximumbedrag hiervoor is € 9.

6. SAMEN MAKEN WIJ HET!

Een school kan slechts maximaal renderen als ouders en schoolteam een zelfde doel nastreven. Dit betekent dat beide op opvoedkundig vlak gelijklopend denken en handelen en samen het kind in opvoeding en onderwijs leiden en begeleiden.

Die gelijklopendheid trachten we via duidelijke afspraken met onze kinderen te bereiken.

6.1 Gedrag, houding en orde

In overeenstemming met de globaal geschetste visie kan van je kind het volgende als vanzelfsprekend worden verwacht :

6.1.1 Algemeen

  • Kledij en voorkomen, persoonlijke smaak en overtuiging worden door onze school positief gewaardeerd, maar provoceren of de vrijheid van anderen belemmeren mag geenszins de bedoeling zijn.Daarenboven mogen noch de eigen veiligheid of gezondheid, noch die van anderen in het gedrang komen.
  • Wanneer de hygiëne en/of veiligheid dit vereisen, moet in sommige lessen aangepaste kledij worden gedragen. In sommige gevallen zal het dragen van een badmuts of een schortje aangewezen of zelfs verplicht zijn. In andere gevallen zal de directeur of de betrokken leerkracht naargelang van het geval het dragen van hoofddeksels, sieraden, losse kledij, sjaaltjes en dergelijke meer verbieden. Bijvoorbeeld in de lessen lichamelijke opvoeding, bij sport en zwemmen,bij expressie of creatieve activiteiten.
  • Je kind heeft respect én begrip voor anderen en toont eerbied voor de natuur.
  • Tegenover leeftijdgenoten, maar ook tegenover leerkrachten en bezoekers vertolkt het, op een beleefde manier, de eigen mening waarbij het volwassenen met “Mevrouw” en “Mijnheer” en kinderen met de voornaam aanspreekt.
  • Het spant zich voor orde en wellevendheid in, door zich in een behoorlijke taal uit te drukken, door zorg te dragen voor de kledij en door voor een correct voorkomen te zorgen.
  • Het werkt steeds en overal spontaan mee om een keurige groep te vormen die niet alleen oog heeft voor het goede uitzicht van de school, maar ook dat van de schoolomgeving.
  • Het blijft ten allen tijde bij de andere kinderen en onder toezicht van de verantwoordelijke leerkracht. Het zal zich in geen geval hieraan onttrekken door zich zonder toelating van de groep te verwijderen.Het zal zich houden aan de aangewezen, afgebakende speelruimte.
  • Je kind volgt de richtlijnen van directie en personeel, onder andere bij voorafbestelling van maaltijden, verkoop van drank-, maaltijdbonnetjes, inzameling van spaargelden en melding van afwezigheid.
  • Wie op school een gsm meebrengt, doet dit op eigen verantwoordelijkheid. Tijdens de schooluren moet de gsm uitgeschakeld worden.

6.1.2 In de klas

  • Je kind spreekt er als het daarvoor de toestemming krijgt, anders luistert het met aandacht.
  • Elk kind heeft een vaste plaats die het slechts met de toelating van de leerkracht verlaat om bijvoorbeeld een van de dagelijkse taken uit te voeren.
  • De bank en de inhoud van de schooltas houdt het kind ordelijk en net. Na het beëindigen van een activiteit ruimt het mee op. Het kind draagt zorg voor het eigen materiaal evenals dat van de medeleerlingen en voor dat van de school. Materiaal dat moedwillig beschadigd wordt, zal door de leerling, onder de verantwoordelijkheid van de ouders, vergoed worden.
  • Koeken en drank worden door de kleuters in de klas genuttigd. De kinderen van de lagere school kunnen tijdens de speeltijd een drankje bestellen. Er is keuze uit verschillende dranken in flesjes: choco, melk, sinaasappelsap en appelsap.
  • Kinderen die een eigen drankje meebrengen zijn verantwoordelijk voor hun afval en nemen deze ook mee terug naar huis. Hervulbare flesjes of bekers bieden hiervoor een goed alternatief. Koeken en broodmaaltijden worden meegebracht in een brooddoos.
  • Woensdag = fruitdag: de kinderen brengen dan geen koeken mee. Via de school kan een stuk fruit besteld worden, hiervoor betalen de ouders de gevraagde bijdrage. Ouders kunnen ook opteren om telkens op woensdag een stuk fruit mee te geven met hun kind.
  • Alleen op vrijdag kan er een klein snoepje meegebracht worden.

6.1.3 Op de speelplaats

  • Tijdens de verschillende speelmomenten kan je kind er naar hartelust spelen en bewegen. De speelplaats mag alleen verlaten worden mits toestemming van de leerkracht met toezicht.
  • Het kan er op de voorziene plaatsen en uitsluitend tijdens de speeltijden met de bal of met zand spelen, maar er is ook ruimte om te fietsen, te hinkelen, te knikkeren, touwtje te springen, te lopen en gezellig te babbelen. Er is ook een groot speeltuig , waarop de kinderen volgens een beurtsysteem mogen spelen, als het maar met respect voor de anderen gebeurt.
  • Persoonlijk speelgoed wordt op eigen verantwoordelijkheid meegebracht. Elektronisch speelgoed (computerspelletjes), zakmes en (speelgoed)wapens zijn ten strengste verboden.
  • Zodra het belsignaal weerklinkt of op een teken van een leerkracht gaat het dadelijk in de rij staan en verlaat in stilte samen met de leerkracht de speelplaats.
  • Bij slecht weer spelen de kinderen onder het afdak. Natuurlijk wordt er dan niet gelopen.
  • De speelgoedkoffersworden volgens de afspraken (beurtsysteem) uitgeleend en ook in goede staat teruggebracht
  • Het afval wordt gesorteerd en in de juiste afvalbak gedeponeerd :
    • de groene bak : groente- en fruitafval
    • de blauwe bak : blikjes, brikjes
    • de rode bak : restafval
  • De drinkwaterfonteintjes staan elke speeltijd ter beschikking van de kinderen. Ze worden uitsluitend gebruikt om de dorst te lessen, ermee spelen is uitgesloten. Bij vrieskou sluiten we de fonteintjes af.

6.1.4 In de toiletten

  • Omdat het voor de gezondheid van je kind voordelen biedt, kan het best voor het naar school vertrekt thuis rustig naar het toilet. Op school kan het ook bij aanvang van elke speeltijd terecht. Tijdens de lessen kan dit in de regel niet, tenzij om dringende of medische redenen.
  • Na elke toiletgebruik spoelt je kind door en wast het de handen.
  • Je kind is zuinig met water en laat het kraantje niet onnodig openstaan.
  • Je kind knoeit niet met het toiletpapier.
  • Kleuters, maar ook grotere kinderen, brengen best het nodige mee voor “ongelukjes”.
  • Er wordt natuurlijk niet gespeeld in de toiletruimte.

6.1.5 In het schoolrestaurant

  • Als je kind blijft eten, gaat het in de rij naar binnen en mag het op een teken rustig en in stilte op zijn/haar vaste plaats gaan zitten.
  • Het neemt zoveel voedsel als het meent te kunnen opeten, de kleuters worden hierbij geholpen door de leerkracht.
  • Er wordt in de refter gestreefd naar behoorlijke tafelmanieren :
    • Niet met eten knoeien en van alles proeven
    • behoorlijke houding aan tafel
    • eten met mes en vork
    • eten met mond toe
    • De maaltijden verlopen in een rustige sfeer.
  • Het keukenpersoneel, de toezichthoudende leerkrachten en de grote kinderen helpen het voedsel verdelen, snijden en indien nodig opscheppen.
  • Het ophalen van het geld voor de drank- en maaltijdbonnetjes gebeurt voor alle kinderen wekelijks op woensdagmorgen. Alleen tengevolge van ziekte kan hiervan worden afgeweken. Het geld wordt afgegeven aan de klasleerkrachten (niet op het secretariaat) zodat zij op de hoogte zijn van wat er besteld werd.
  • Snoep :Omdat wij sterk voor een gezonde voeding ijveren wordt geen snoep, kauwgom of chips toegelaten.ALLEEN : snoepjesdag op vrijdag.

Volgende prijsverandering van de maaltijdtickets, bekrachtigd door de Raad van Bestuur, gaat in op 1 september 2006 :

  • kleutermaaltijd : € 2
  • Lagerschoolmaaltijd : € 2.50

6.1.6 In de schoolbus

  • Indien je kind van de schoolbus gebruik maakt, zal het te betalen bedrag telkens tijdig worden meegedeeld.
  • Je kind wacht op tijd, rustig en zo ver mogelijk van de stoeprand op de bus.
  • Als de bus stilstaat en als de begeleidende persoon de deur opent, kan het instappen. Tijdens het rijden blijft het kind zitten. Het komt pas van zijn plaats om uit te stappen als de bus volledig stilstaat.
  • De leerlingen gehoorzamen de chauffeur en de begeleider.
  • Het zal in geen geval alleen de straat oversteken of zich van de voorziene stopplaats verwijderen.
  • Het tijdrooster van het busvervoer wordt bij het begin van het schooljaar en telkens bij wijziging bekendgemaakt.

6.1.7 Bij het begin of het einde van de lessen of activiteiten

  • Je kind verplaatst zich op school vrijwel uitsluitend onder toezicht, ook tot aan de respectievelijke rijen voor fietsers, bus en opvang.
  • Als je je kind naar school begeleidt of het er opwacht, doe je dit, om het kind niet onnodig te verontrusten, steeds op hetzelfde tijdstip en best op dezelfde plaats, bij voorkeur aan de schoolpoort.
  • Je kan je kind naar de kleuterschool brengen, maar om de start van de activiteiten niet te vertragen, verlaat je het gebouw uiterlijk bij het belsignaal.
  • Laatkomers storen het normale schoolgebeuren en worden door het Ministerie als afwezig beschouwd; bovendien moet de poort aan de kleuterschool om veiligheidsredenen om 9u00 dicht.

6.1.8 Tijdens de opvang

  • Voor en na de schooltijd kan je kind tegen vergoeding in de voor- en naschoolse opvang Stekelbees terecht waar het de huistaken kan oplossen of, afhankelijk van het weer, buiten of binnen spelen en zich ontspannen na een vaak vermoeiende dag.
  • Je kind is bij de persoon, belast met toezicht, evenzeer verplicht zich aan de regels en de afspraken te houden die in de school gelden. Zie afspraken op de speelplaats en in het toilet.

6.1.9 Buitenschoolse activiteiten

  • Telkens je kind in groep de school verlaat om zich naar het zwembad, de bibliotheek, de bioscoop of een tentoonstelling te begeven of om een uitstap te ondernemen, loopt het ordelijk en stil in de rij; het volgt stipt de aanwijzingen van de begeleidende leerkracht om veilig over te steken.
  • Je kind zal ook buiten de school de kledij verzorgen, niet luidruchtig doen en een behoorlijke taal spreken.

6.2 Schoolbezoek

6.2.1 Leerplicht en geregeld schoolbezoek

Leerplicht

De leerplicht begint na de zomervakantie van het jaar waarin het kind de leeftijd van zes jaar bereikt en eindigt de dag dat de leerling achttien jaar wordt.

Vervroegd in het lager onderwijs beginnen

Ouders kunnen uitzonderlijk beslissen om hun kind een jaar vroeger het lager onderwijs te laten beginnen. Dit kan na de zomervakantie van het jaar waarin het kind vijf jaar wordt. De ouders zijn wel verplicht vooraf het advies van de klassenraad en van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) in te winnen.

Strikt genomen is het kind in voornoemend geval niet leerplichtig. Toch houdt deze beslissing in dat zij zich ertoe verbinden om hun kind regelmatig de school te laten bezoeken, zoals leerplichtigen dit moeten doen.

Uitstel om in het lager onderwijs te beginnen

Ouders kunnen ook beslissen om hun kind het eerste jaar van de leerplicht nog in het kleuteronderwijs te laten volgen en pas later het lager onderwijs te laten beginnen. De ouders zijn wel verplicht hierover vooraf het advies van de klassenraad en van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) in te winnen. Ook in dit geval wordt van het kind regelmatig schoolbezoek verwacht, zoals dit vereist is voor alle leerplichtigen.

Langer in het lager onderwijs

Ouders kunnen ook beslissen hun kind acht jaar in het lager onderwijs te laten doorbrengen. Is dit het geval, dan kan het kind voor het achtste jaar lager onderwijs tot het zesde leerjaar oegelaten worden. De ouders zijn ook hier verplicht vooraf het advies de klassenraad en het Centrum voor Leerlingenbegeleiding in te winnen.

Zittenblijven : wie beslist ?

De klassenraad beslist welke leerling naar een volgend leerjaar overgaat. Bij het advies overzitten worden de ouders hierover geïnformeerd en aangeraden dit advies, in het belang van het kind, op te volgen.

Regelmatig schoolbezoek

De ouders zijn ook verplicht erop toe te zien dat hun kind vanf het begin van de leerplicht regelmatig de school bezoekt. Onder regelmatig schoolbezoek verstaan we het volgen van alle lessen en activiteiten die op het leerplan voorkomen, eventuele vrijstellingen uitgezonderd. Leerlingen die niet aan meerdaagse buitenschoolse activiteiten deelnemen (bos-, en zeeklassen, ...) zijn gedurende die periode op school aanwezig.

Vrijstelling

In bepaalde gevallen kan de directeur een leerling voor bepaalde lessen of vakken vrijstelling geven, onder meer voor levensbeschouwelijke vakken. De leerling moet tijdens deze lestijden op school aanwezig zijn. Een doktersattest moet de vrijstelling om medische redenen staven.

Het leerplichtig kind dat bovenstaande regels betreffende het schoolbezoek niet respecteert, voldoet niet aan de wetgeving op de leerplicht.

6.2.2 Telaatkomen

Voor je kind is de school uiteindelijk een voorbereiding op een toekomstig leven van een werkzaam lid in een maatschappij waar aan stiptheid véél waarde wordt gehecht. Het heeft er alle belang bij reeds op jeugdige leeftijd het nut te ervaren die deze en andere goede gewoontes met zich meebrengen.

In het kleuteronderwijs is het aangewezen dat kleuters op tijd komen en zoveel mogelijk aanwezig zijn.

In het lager onderwijs is het wenselijk dat de ouders ‘het telaatkomen’ van hun kind verantwoorden.

6.2.3 Afwezigheden

In het kleuteronderwijs is het wenselijk dat de ouders tijdig de leerkracht informeren omtrent de afwezigheid van hun kind. Voor kinderen die het eerste jaar van de leerplicht in het kleuteronderwijs doorbrengen, geldt dezelfde regeling als in het lager onderwijs.

In het lager onderwijs geldt sinds 1 september 2002 een nieuwe regelgeving.

Gewettigde afwezigheden.

In het lager onderwijs kan een leerling om verschillende redenen gewettigd afwezig zijn.

6.2.3.1. Afwezigheid wegens ziekte

Indien een leerling niet langer dan drie opeenvolgende dagen afwezig is wegens ziekte, volstaat een verklaring van de ouders. Dit mag echter niet meer dan vier maal in het lopende schooljaar gebeuren.

Indien een leerling langer dan drie opeenvolgende dagen afwezig is wegens ziekte, is een medisch attest vereist; een medisch attest is ook nodig als de leerling al vier maal in het lopende schooljaar afwezig is geweest wegens ziekte.

6.2.3.2. ‘Van rechtswege’ gewettigde afwezigheid

Een leerling is ‘van rechtswege’ gewettigd afwezig

  • om een familieraad bij te wonen
  • om een begrafenis of huwelijksplechtigheid bij te wonen van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling
  • om voor de rechtbank te verschijnen na een oproeping of dagvaarding
  • als gevolg van maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming
  • als de school door overmacht onbereikbaar of ontoegankelijk is
  • om feestdagen te beleven die inherent zijn aan zijn of haar levensbeschouwelijke overtuiging

Naargelang van het geval moeten de ouders een verklaring of een officieel document overhandigen om de afwezigheid te staven.

6.2.3.3. Afwezigheid waarvoor het akkoord van de directeur vereist is

Indien de directeur akkoord gaat en mits de ouders ofwel een verklaring ofwel een officieel document overhandigen, kan een leerling gewettigd afwezig zijn

  • voor een rouwperiode na de begrafenis van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad of van een persoon die onder hetzelfde dak woont of om de begrafenis van een bloed- of aanverwant in het buitenland bij te wonen
  • om actief deel te nemen aan culturele en/of sportmanifestaties in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging; deze afwezigheid kan maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen
  • om persoonlijke redenen, in echt uitzonderlijke omstandigheden, voor maximaal vier al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar; voor deze afwezigheid moet de directeur vooraf zijn akkoord verleend hebben.
6.2.3.4. Afwezigheid van de trekkende bevolking, in zeer uitzonderlijke omstandigheden

Kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners moeten net als de andere leerlingen, elke dag op school aanwezig zijn. Hun ouders moeten hierop toezien. Niettemin kunnen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarbij het haast onvermijdelijk is dat een kind tijdelijk met de ouders meereist. De ouders moeten in dat geval vooraf duidelijk e afspraken maken met de school. Die afspraken moeten zij in een overeenkomst met de school neerschrijven.

Belangrijke opmerking

Het ligt niet in de bedoeling dat aan ouders toestemming gegeven wordt om vroeger met vakantie te vertrekken of later uit vakantie terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een leerling op school is van 1 september tot en met 30 juni (behoudens de schoolvakanties).

Problematische afwezigheden

Elke afwezigheid die niet voorkomt in de opsommingen hierboven is te beschouwen als een problematische afwezigheid. Toch kan onder bepaalde voorwaarden een problematische afwezigheid omgezet worden in een gewettigde afwezigheid. Essentieel hierbij is dat de school samen met het CLB de leerling begeleidt.

Elke problematische afwezigheid van minstens een halve schooldag moet door de school systematisch worden opgevolgd (contact opnemen met de ouders en met het CLB, stappenplan, netwerk).

Problematische afwezigheden van meer dan tien halve schooldagen worden door de school aan het CLB gemeld. De school werkt samen met het CLB aan de begeleiding van de leerling. Bovendien bewaart de school de schriftelijke neerslag hiervan in het dossier van de leerling die problematisch afwezig is.

6.2.4 Onderwijs aan huis

Onderwijs aan huis is kosteloos en mogelijk voor leerplichtige leerlingen die langdurig afwezig zijn wegens ziekte of ongeval en die tijdelijk onmogelijk lager onderwijs kunnen volgen op school.

  • Vanaf de 22ste kalenderdag moet de school dit onderwijs organiseren voor de verdere duur van afwezigheid.
  • De ouders moeten de vraag voor onderwijs aan huis schriftelijk formuleren en staven met een medisch attest.
  • Kinderen met een chronische ziekte kunnen na schriftelijke aanvraag van de ouders onmiddellijk onderwijs aan huis genieten.
  • Meer informatie over deze onderwijsvorm kunt u verkrijgen bij de directeur.

7. EVALUATIE, AFSPRAKEN OVER HUISWERK, AGENDA, RAPPORTEN

7.1 In de kleuterschool

Observeren.

De leerkracht wil uw kind leren kennen en begrijpen. Daarom zal hij gericht kijken en luisteren tijdens de spontane bezigheden van het kind, tijdens de dagelijkse activiteiten en tijdens de uitvoering van de opdrachten. Hierdoor kan hij de ontwikkeling van uw kind op de voet volgen.

Begeleiden.

De leerkracht zal in het aanbod van activiteiten rekening houden met de gegevens die hij via observatie verzameld heeft. Op die manier wordt de begeleiding afgestemd op de noden en de behoeften van uw kind. Daardoor krijgt uw kind alle kansen om naar eigen aanleg zichzelf optimaal te ontwikkelen.

Het kindvolgsysteem.

De leerkracht noteert belangrijke gegevens over de ontwikkeling van het kind aan de hand van een kindvolgsysteem. Dit systeem maakt een efficiënte begeleiding mogelijk.

De gegevens uit een kindvolgsysteem zijn vertrouwelijk. Ze kunnen alleen ingezien worden door de personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de opvoeding, het onderwijs en de begeleiding van uw kind.

Speciale begeleiding.

Mocht in de loop van het jaar blijken dat er zich bij uw kind een probleem voordoet, dan wordt u daarvan verwittigd. Uw zoon of dochter krijgt dan extra aandacht, waarbij ondersteunende maatregelen binnen de klas genomen worden. Als speciale zorg door professionelen of door gespecialiseerde diensten noodzakelijk blijkt, dan wordt dit vooraf samen met u en het Centrum voor Leerlingbegeleiding besproken.

Informatie en communicatie. Als ouder blijft u steeds op de hoogte van de ontwikkeling van uw kind en de gebeurtenissen in de school door onder meer:

  • oudercontacten, informatie- en gespreksavonden, open-klasdagen, vieringen, feestjes...;
  • informele contacten met de kleuteronderwijzeres vóór en na de activiteiten of op afspraak;
  • het heen-en-weer-schrift met onder meer versjes en liedjes;
  • schriftelijke mededelingen van de directie of de kleuteronderwijzeres;
  • contacten met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding;
  • het meegeven van werkjes van kleuters (knutsel- en schilderwerkjes, tekeningen, speelwerkbladen...);
  • een mededelingenbord en/of infohoek;
  • ...
Participatie.

U kunt rechtstreeks betrokken worden bij het klasgebeuren door bijvoorbeeld mee te werken aan activiteiten.

7.2 In de lagere school

Evalueren.

Onder evaluatie verstaan we de beschrijving en beoordeling van de leerprestaties en de vorderingen van uw kind. Die vorderingen hebben niet alleen betrekking op kennis en vaardigheden, maar ook op gedragingen en houdingen als inzet, zelfstandigheid, initiatief, nauwkeurigheid, zorg en orde, sociaal gedrag, volledigheid, studiehouding, 'leren leren' ...

Middelen.

De leerkracht verzamelt de nodige gegevens via observatie, toetsen, individuele opdrachten, klasgesprekken.

In de derde graad worden proeven over grotere leerstofgehelen afgenomen als voorbereiding op het evaluatiesysteem van het secundair onderwijs.

Rapporteren.

Vijf keer per schooljaar wordt het rapport uitgereikt: rond de herfstvakantie, de kerstvakantie, de krokusvakantie, de paasvakantie en het einde van het schooljaar.

Het rapport geeft een overzicht van de resultaten en de gegevens:

  • voor de expressieactiviteiten wordt de rapportering verwoord en niet met een cijfer uitgedrukt;
  • voor de andere activiteiten wordt een cijfer tot 10 vermeld;
  • het gedrag en de houding worden weergegeven op een waarderingsschaal;
  • in de kolom commentaar staan aanvullende informatie en aanwijzingen over begeleiding en remediëring;
  • de mediaan verwijst naar de plaats van een individuele leerling binnen de groep.

De ouder ondertekent het rapport en geeft het mee naar school.

Informeren.

Wij geven nog aanvullende inlichtingen over de vorderingen van uw kind:

  • de schriften en/of kaften;
  • de toetsen worden na afwerking van een leerstofgeheel ter ondertekening meegegeven;
  • het klasboek is hét communicatiemiddel tussen ouders en school. Wij vragen de ouders dit klasboek minstens eenmaal per week te ondertekenen.
  • resultaten van huiswerken. Het huiswerk is een zelfstandig uit te voeren opdracht om de les in te oefenen of een volgende les voor te bereiden.
  • contacten met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding;
  • het gesprek met de leerkrachten tijdens de oudercontacten of een aangevraagd onderhoud. De aanvraag moet wel via de directie gebeuren.
  • ...
Begeleiden en remediëren.

Uw kind wordt permanent begeleid. De klassenraad zal op regelmatige tijdstippen de schoolvorderingen en het gedrag van uw kind bespreken. Ook het Centrum voor Leerlingenbegeleiding kan hierbij betrokken worden.

Hieruit kan een gerichte begeleiding of remediëring volgen.

Mochten er zich problemen voordoen, dan zal in eerste instantie de leerkracht trachten te helpen. Ook een verwijzing naar een taakleraar of naar het Centrum voor Leerlingenbegeleiding is mogelijk. Uiteraard worden ouders over dit alles ingelicht via onder meer oudercontact, mededeling, rapport....

Het individueel begeleidingsdossier

Het leerlingendossier van de kleuterschool wordt aangevuld in de lagere school. Aan de hand van een leerlingvolgsysteem wordt de evolutie van uw kind nauwlettend gevolgd. Dit leerlingvolgsysteem heeft niet alleen betrekking op evaluatie van kennis en vaardigheden, maar ook op gedragingen en houdingen. Er is evenveel aandacht voor het socio-emotionele welbevinden van het kind als voor het cognitieve aspect.

Getuigschrift basisonderwijs

Op het einde van het lager onderwijs kent het schoolbestuur, op voordracht en na beslissing van de klassenraad het getuigschrift basisonderwijs toe. Dit gebeurt als de doelen die in het leerplan zijn opgenomen, in voldoende mate bereikt worden.

Wordt er geen getuigschrift basisonderwijs gegeven, dan levert de directie een attest af waarop de school- en leerjaren die gevolgd werden vermeld staan.

7.3 De beroepsprocedure tegen het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs

Bezwaar

Als de ouders de beslissing van de klassenraad niet kunnen aanvaarden, kunnen zij hun bezwaren bekend maken ten laatste op de derde werkdag nadat de beslissing werd meegedeeld. Dit kan via een persoonlijk onderhoud met de voorzitter van de klassenraad of zijn afgevaardigde.

Tijdens bovenvermeld onderhoud zullen de ouders inzage krijgen van het dossier en worden de elementen aangegeven die geleid hebben tot de genomen beslissing.

Er zijn drie mogelijkheden :

  1. De ouders zijn ervan overtuigd dat de klassenraad de juiste beslissing heeft genomen en dan is er geen betwisting.
  2. De voorzitter van de klassenraad of zijn afgevaardigde meent dat de ouders redenen aandragen die het overwegen waard zijn. In dit geval roept hij de klassenraad zo spoedig mogelijk opnieuw bijeen en wordt de aangevochten beslissing opnieuw overwogen. De klassenraad kan dan ofwel de beslissing herzien en dan is het probleem opgelost, ofwel zijn beslissing handhaven en dan blijft de betwisting bestaan. Als de klassenraad opnieuw bijeenkomt, zal deze het resultaat van de bespreking schriftelijk en gemotiveerd aan de ouders meedelen, ongeacht het resultaat.
  3. De voorzitter van de klassenraad of zijn afgevaardigde meent dat de aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de klassenraad noodzakelijk maken. Dit wordt gemotiveerd aan de ouders meegedeeld. Wanneer zij het daarmee oneens zijn en de genomen beslissing onjuist blijven vinden, blijft de betwisting bestaan.

Beroep

Als de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders binnen een termijn van vijf werkdagen nadat deze betwisting is gebleken, via de directeur schriftelijk beroep instellen bij de beroepscommissie.

De beroepscommissie bestaat uit :

  • de directeur
  • drie personeelsleden aangewezen door de algemeen directeur. Zij maken geen deel uit van de klassenraad die de betwiste beslissing nam.


De algemeen directeur kan ook een beroep doen op een lid van de Pedagogische Begeleidingsdienst. De adviseurcoördinator wijst het lid aan dat van de beroepscommissie deel uitmaakt.

Advies van de beroepscommissie

De beroepscommissie beraadslaagt geldig als ten minste drie leden aanwezig zijn. In het belang van het onderzoek kan ze om het even wie horen. De beroepscommissie motiveert haar adviezen en maakt ze over aan de algemeen directeur.

De leden van het college van directeurs van het betrokken niveau (dit wil zeggen van het basisonderwijs) beslissen of de klassenraad al dan niet opnieuw moet samenkomen.

Er zijn twee mogelijkheden :

  1. Als hij niet opnieuw moet samenkomen, dan deelt de algemedirecteur dit onmiddellijk schriftelijk en gemotiveerd aan de ouders mee.
  2. Als hij wel opnieuw moet samenkomen, dan moet hij een definitieve beslissing nemen binnen een termijn van twintig schooldagen na de uitspraak van de leden van het college van directeurs. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de ouders meegedeeld.

Binnen het Gemeenschapsonderwijs is er geen verder beroep meer mogelijk tegen de in beroep genomen beslissing.

Annulatieberoep

Als de beroepsprocedure binnen het Gemeenschapsonderwijs is uitgeput, kunnen de ouders evenwel een annulatieberoep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij de Raad van State indienen binnen een termijn van zestig kalenderdagen nadat zij kennis namen van de beslissing van de leden van het college van directeurs, respectievelijk van de klassenraad.

De procedure heeft geen opschortende werking. Dit betekent dat de beslissing waarmee de ouders het niet eens zijn onmiddellijk uitgevoerd kan worden.

8. ORDE EN TUCHT ZIJN BELANGRIJK!

We stelden het reeds : een goede samenwerking tussen kind, ouder en personeel van de school is een noodzakelijke voorwaarde voor een vlot functioneren. Als deze samenwerking niet volgens de afspraken verloopt, kan de school passende maatregelen nemen.

Voor kleuters :

Voor kleuters die niet leerplichtig zijn, passen deze maatregelen volledig in de speciale begeleiding zoals hiervoor uiteengezet in 5.1

Bij leerplichtigen in het kleuter- en lager onderwijs

Bij leerplichtigen in het kleuter- en lager onderwijs kunnen er orde- en tuchtmaatregelen genomen worden.

8.1 Ordemaatregelen

Van in de eerste kleuterklas maakt de leerkracht met de kinderen afspraken over wat kan en niet kan. Uiteraard wordt goed gedrag zoveel mogelijk positief benadrukt, maar soms moet negatief gedrag bestraft worden.

In de lagere school, bij de aanvang van het schooljaar stelt de klastitularis in samenspraak met de kinderen een klascontract op. Naargelang de leeftijd van de kinderen worden de regels en eventuele sancties bij overtreding vastgelegd.

De personeelsleden van onze school hebben het recht en de plicht, onder het gezag van de directeur, de gepaste ordemaatregelen te nemen :

  1. een mondelinge vermaning
  2. een bezinningsmoment : het kind wordt van de groep, maar toch onder toezicht, afgezonderd om te kalmeren of om over zijn/haar gedrag na te denken
  3. de mondelinge vermaning en een nota in de schoolagenda
  4. de straftaak : extra schriftelijke taak en nota in de schoolagenda
  5. de leerling kan uitgesloten worden van een activiteit als de leerkracht meent dat dit opportuun is voor het goede verloop ervan.
  6. de directie kan - na samenspraak met de titularis - een leerling weigeren te laten deelnemen aan een meerdaagse uitstap; tegen deze beslissing is geen beroep mogelijk .

Binnen de drie lesdagen na kennisname van de ordemaatregel heeft u recht op overleg met de directeur of zijn afgevaardigde.

8.2 Tuchtmaatregelen

In uitzonderlijke gevallen kan de directeur of zijn afgevaardigde een tuchtmaatregel nemen als het gedrag werkelijk een gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject van onze school in het gedrang brengt. De directeur of zijn afgevaardigde zal dus slechts tuchtmaatregelen nemen als de maatregelen van orde geen effect hebben of bij zeer ernstige overtredingen. Hieronder vallen overtredingen zoals opzettelijk slagen en verwondingen toebrengen, opzettelijk essentiële veiligheidsregels overtreden, opzettelijk en blijvend de lessen en activiteiten storen, zware schade toebrengen of een diefstal plegen.

Soorten.

Volgende tuchtmaatregelen zijn mogelijk:

  • Alternatieve straffen uit te voeren tijdens de schooluren
  • Schorsing : de leerling mag gedurende een bepaalde periode de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet meer volgen. De leerling moet wel aanwezig zijn op school en krijgt eventueel extra taken.

Voor schorsing voor meer dan één dag:

  • moet vooraf advies van de klassenraad ingewonnen worden;
  • wordt de gemotiveerde beslissing vooraf schriftelijk meegedeeld aan de ouders, met vermelding van de ingangsdatum;
  • worden de ouders en hun kind, eventueel bijgestaan door een raadsman, vooraf uitgenodigd voor een gesprek over de problemen;
  • hebben ouders inzage in het tuchtdossier van hun kind.
De uitsluiting

Wordt een leerplichtige leerling uitgesloten, dan wordt hij definitief uit de school verwijderd. In geval van uitsluiting gelden bovendien de volgende regels:

  • De gesanctioneerde leerling wordt pas definitief uit de school verwijderd op het moment dat hij in een andere school ingeschreven is en dit uiterlijk één maand - vakantieperiodes niet inbegrepen - na schriftelijke kennisgeving van de uitsluiting.
  • De gesanctioneerde leerling moet in de school aanwezig zijn tot de dag voor de definitieve schoolverandering.
  • Het tuchtdossier en de tuchtmaatregelen zijn niet overdraagbaar van de ene school naar de andere.

De directeur spreekt deze maatregel uit op advies van de begeleidende klassenraad.

Een leerling die uit de school verwijderd werd, kan het volgende schooljaar én het daaropvolgende schooljaar geweigerd worden in de school.

Algemene regels

Als wij tuchtmaatregelen nemen, worden in ieder geval de volgende regels gerespecteerd:

  1. De tuchtstraf moet pedagogisch verantwoord kunnen worden en in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.
  2. De ouders worden voor het ingaan van de tuchtmaatregelen schriftelijk op de hoogte gebracht van de genomen beslissing en van de ingangsdatum ervan.
  3. Deze beslissing wordt gemotiveerd. Er wordt aangegeven waarom het gedrag van de leerlingen werkelijk een gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject van onze school in het gedrang komt.
  4. Er wordt nooit overgegaan tot collectieve uitsluitingen.
  5. De betrokken leerling en/of ouders, eventueel bijgestaan door een raadsman, worden voorafgaandelijk uitgenodigd voor een gesprek over de problemen.
  6. De ouders en de raadsman hebben het recht tot inzage van het tuchtdossier.
Overleg

Binnen de drie lesdagen na kennisname van de tuchtmaatregel hebben de ouders recht op overleg met de directeur of zijn afgevaardigd.

8.3 De beroepsprocedure bij tuchtmaatregelen

De beroepsprocedure betreffende orde- en tuchtmaatregelen tegen leerlingen wordt bepaald door het college van directeurs.
Als democratische school voorzien wij de mogelijkheid op te komen tegen onze beslissingen betreffende tuchtmaatregelen. Ouders kunnen volgens duidelijke regels beroep aantekenen tegen beslissingen waarmee zij niet akkoord gaan.

Opstarten

  • De directeur is bevoegd om tuchtmaatregelen te nemen. Vooraleer de beroepsprocedure te kunnen opstarten, moeten ouders gebruik maken van hun recht op overleg met de directeur of zijn afgevaardigde. (zie 7.2)
  • Bij de algemeen directeur kunnen zij beroep aantekenen. Dit moet schriftelijk gebeuren en op gemotiveerde wijze en uiterlijk binnen de drie lesdagen na de dag van de kennisneming van de tuchtmaatregel.

Beroepscommissie

  • De algemeen directeur roept de beroepscommissie samen. Deze behandelt het beroep binnen een termijn van drie lesdagen.
  • De beroepscommissie bestaat uit drie directeurs van de scholengroep. Zij worden aangeduid door het college van directeurs. De directeur die de tuchtmaatregel heeft uitgesproken, maakt hiervan geen deel uit.
  • De beroepscommissie bevestigt of herziet de beslissing.
  • De algemeen directeur zal de gemotiveerde beslissing van de beroepscommissie aangetekend versturen uiterlijk de lesdag volgend op de dag van de beslissing in beroep.
  • De directeur ontvangt hiervan een afschrift.
  • Binnen het Gemeenschapsonderwijs is er geen verder beroep meer mogelijk tegen de in beroep genomen beslissing.
  • Tegen huidige beslissing kan een beroep tot vernietiging bij de Raad van State worden ingesteld. Hiertoe dient u binnen een termijn van 60 dagen m.i.v. de datum van ontvangst van kennisgeving van deze beslissing, een verzoekschrift tot de Raad van State richten. Dit verzoekschrift dient bij een ter post aangetekend schrijven gericht te worden aan:


De voorzitter van de Raad van State
Wetenschapsstraat 33
1040 Brussel

De procedure heeft geen opschortende werking.

Annulatieberoep

Na uitputting van de hierboven beschreven beroepsprocedure kunnen ouders evenwel een annulatieberoep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij de Raad van State indienen. Dit moet gebeuren binnen een termijn van zestig kalenderdagen nadat zij kennisnamen van de beslissing van de beroepscommissie, overeenkomstig Titel 1, Hoofdstuk 1 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948.

De procedure heeft geen opschortende werking. Dit betekent dat de beslissing waarmee de ouders het niet eens zijn onmiddellijk uitgevoerd kan worden.

9. Algemene klachtenprocedure

  • Klachten over de werking van de school of over een concrete handeling of beslissing van een personeelslid van de school waar geen georganiseerde administratieve beroepsmogelijkheid voorzien is, dienen kort na de feiten gemeld te worden aan de directeur van de school en met hem te worden besproken.
  • Wordt na overleg met de directeur niet tot een akkoord gekomen of handelt de klacht over het optreden van de directeur zelf dan kan men schriftelijk klacht indienen bij de algemeen directeur van de scholengroep, waarna deze de behandeling van de klacht op zich neemt.
  • Binnen een termijn van 10 kalenderdagen zendt de algemeen directeur de klager een ontvangstbevestiging waarbij hij informatie verstrekt inzake de behandeling van de klacht. Indien de klacht afgewezen wordt brengt hij de klager hiervan op de hoogte en wordt dit gemotiveerd.
  • De algemeen directeur start een onderzoek naar de gegrondheid van de klacht. Na het onderzoek stuurt hij de klager een brief met een samenvatting van het onderzoek en zijn gemotiveerde bevindingen inzake de klacht.
  • De algemeen directeur behandelt de klacht binnen een termijn van 45 kalenderdagen na ontvangst van de klacht.
  • Over de wijze waarop men behandeld is en tegen het resultaat van de behandeling van de klacht kan beroep ingesteld worden bij de Vlaamse Ombudsdienst.
  • Deze klachtenprocedure schorst de beslissingen waartegen klacht ingediend wordt niet op.

 



Geachte ouders,



We hopen dat u na lezing van het voorgaande document ervan overtuigd bent, dat wij in onze school het beste willen bieden aan u en uw kind.

Wij zijn ervan overtuigd dat wij erin zullen slagen om tot een prima samenwerking te komen.

Namens het schoolteam,



de directeur