Het onderwerp en het gezegde
Stap 1 : ik zoek de pv !
* Stel de ja/neen- vraag.
De pv staat op de eerste plaats !
Als een zin met een vraagwoord (bv ‘wie’) begint, staat de pv achter het vraagwoord.
Of : verander dat woordje ‘wie’ door ‘iemand’ bij je ja/neen-vraag.
* Zet je zin in een andere tijd!
Bv zeg alsof het gisteren gebeurd is of dat het nu gebeurt.
Het is de pv die nu verandert.
* Zeg dat het meerdere personen doen (of jij het doet)
De pv verandert hier mee met de personen.
Stap 2 : ik vind nu het onderwerp
* Zet het woordje ‘wie’ of ‘wat’ voor de pv
Het antwoord op deze zin is je onderwerp
Vaak staat het onderwerp op de tweede plaats bij een ja/neen-vraag
Stap 3 : ik kan het gezegde vinden.
- De rest van de zin is het gezegde
- Begin het gezegde met de pv
- Het onderwerp hoort hier niet thuis.
